Dag 16

De weg is vandaag geasfalteerd.

Het doet iets, zoiets simpels, zoiets schijnbaar onbeduidends.

De auto’s van het leger rijden nu gemakkelijk en dus vaak langs.

In een normaal, democratisch land denk je ‘so what?’.

Maar hier voel je de intimiderende uitwerking wanneer zo’n auto op hoge snelheid aan komt rijden.

“Not nice” zoals de oudste broer zou zeggen.

Hij zong vandaag bij de koffie ‘In the name of Jesus we have the victory’. Dat gaat je waarachtig niet in je koude kleren zitten. De man  die al zolang vecht tegen onrecht en aan moet zien hoe de onrechtvaardigen steeds dichterbij komen. En dan tóch blijven zingen, tóch blijven hopen, tóch standvastig blijven, tóch blijven liefhebben – ook degenen die hem dreigen alles te ontnemen.

Helaas voel ik de intimidatie. Ik kan niet ontkennen dat die geen uitwerking op mij heeft. Nee, ik ben geen held.

Maar waar ik mij nog sterker van bewust ben, is dat ik over een paar dagen terug vlieg naar Nederland. Dat is voor de Palestijnen hier om tal van redenen en oorzaken geen optie. Terwijl ik naar de vrijheid kan en zal vluchten, moeten zij hier blijven waar zij onderdrukt worden door medemensen die allesbehalve vrede zoeken.

Ik zie nu maar één uitweg: dat hier veel meer mensen naartoe komen. Het kan. Nu.

In